maandag 19 oktober 2020

Dulce de leche; wat een ontdekking!

In mei van dit jaar was koningin Máxima jarig en deelde zij het recept van haar favoriete koekje op Facebook. Dit schreef zij op de pagina van Het Koninklijk Huis

"In deze tijd vier ik mijn verjaardag thuis met een typisch Argentijnse lekkernij: Alfajores van dulce de leche. Ik ben met Alfajores opgegroeid, het zijn mijn lievelingskoekjes! Ik bak ze volgens mijn moeders recept, dat ik graag met jullie deel. Zodat je ze ook zelf thuis kunt bakken!" - Máxima 

Ik vond het zo'n gezellig bericht, vooral omdat we midden in de 'corona-perikelen' zaten. Sowieso gingen in die periode veel mensen thuis vaker bakken (de bloem was in de supermarkt constant uitverkocht) en aan het aantal reacties te zien op dit bericht, waren velen met mij van plan deze koekjes ook te gaan bakken. 

Ik volgde het recept van Máxima en dat leverde héél veel koekjes op. Waarschijnlijk heeft ze op haar verjaardag de hele hofhouding getrakteerd. De koekjes zijn heerlijk bros en kruimelig door de maizena en hebben, door de citroenrasp, een vluchtige citroensmaak. Het dubbele koekje heeft een zachte karamelvulling, dulce de leche genaamd. Ik had er nog nooit van gehoord en het recept vermeldde niet hoe je dat precies moest maken. Het bestaat blijkbaar ook kant-en-klaar, maar hier in de supermarkt hadden ze het in ieder geval niet. De Koekjesbijbel bracht uitkomst. Het bleek ontzettend simpel te zijn, maar kostte wel een paar uur tijd. Gelukkig had ik dat op tijd in de gaten. 


Voor de dulce de leche koop je één of meerdere blikjes gecondenseerde volle melk met suiker en die breng je in een pan met ruim water aan de kook. Je laat het water met de blikjes erin ongeveer 3 uur koken. Je moet wel opletten of er niet teveel water verdampt, waardoor ze niet meer volledig onder staan. Indien nodig dus aanvullen met kokend water. 

Met de afgekoelde dulce de leche plak je steeds twee koekjes op elkaar en daarna rol je de zijkanten nog door de kokosrasp. Een heerlijk koekje met een zálige vulling! 

     






Omdat ik meerdere blikjes dulce de leche had gemaakt, bakte ik een week later andere koekjes met deze heerlijke karamelvulling. In de Koekjesbijbel vond ik een recept. Ik maakte het deeg en rolde het uit op mijn werkblad. Ik stak er cirkels uit met een doorsnede van 8 cm. Op elk deegplakje schepte ik een theelepel dulce de leche, vouwde het deeg aan drie kanten omhoog en drukte de puntjes stevig tegen elkaar aan. Ik bestrooide ze met gehakte hazelnoten, bestreek de zijkanten met losgeklopt ei en toen de oven in. Deze koekjes vond ik zelfs nog iets lekkerder dan de Alfajores. 

         













maandag 7 september 2020

Amigurumi haken

In de haakwereld kom je soms termen tegen waarvan je niet meteen weet wat het is, bijvoorbeeld de term 'amigurumi haken'. Natuurlijk kom je daar vervolgens met behulp van internet snel genoeg achter.
Het woord amigurumi komt uit Japan en betekent letterlijk 'gebreid speelgoed'. In Japan is dit ontzettend populair en worden deze knuffels heel veel gebreid én gehaakt. In Nederland kennen wij amigurumi vooral van gehaakte knuffels, maar breien kan dus ook. De keuze uit amigurumi's is enorm; van bijna elke diersoort bestaat wel een patroon, soms compleet met kleding of andere accessoires. Voor amigurumi's, die niet alleen als decoratie, maar echt als speelknuffel bedoeld zijn, zijn er veiligheidsoogjes en -neusjes te koop, zodat kleine kinderen niet het gevaar lopen kleine onderdelen in te slikken.
Amigurumi's worden meestal strak gehaakt (zodat je de vulling er niet doorheen ziet) met dunne katoen en haaknaald 2,5 tot 3,5.


(afbeelding van mijnhaaknaaldenik.nl)

Natuurlijk wilde ik ook weten hoe je een amigurumi maakt. Samen met een vriendin ging ik naar een workshop van Laura Haakt in Dongen. Hier leerden we de basisbeginselen van het amigurumi haken. We werkten met een super leuk gratis patroon van haaknaaldeni.blogspot.com en waren een paar uur zeer geconcentreerd bezig. Er moesten constant steken gemeerderd of geminderd worden, dus we hadden veel telwerk. Het hoofdje, snuitje, lijfje, oren, armen en benen worden allemaal apart gehaakt en opgevuld. Het strakke haken moest erg wennen en deed na een poosje best zeer aan mijn vingers. Zo nu en dan even rusten is een goede zaak om krampen te voorkomen.
Het was teveel werk om in één avond af te maken, maar het patroon en alle benodigdheden gingen mee naar huis en daar heb ik hem netjes afgemaakt. Ik heb hem gemaakt van 1 bolletje Scheepjes Catona 212 van 50 gram en 1 bolletje Scheepjes Catona 130 van 10 gram, met haaknaald 2,5. Het is een heel schattig beertje geworden, dat een hele tijd op een tafeltje in mijn woonkamer heeft gezeten. Na een poosje heb ik hem verkocht.


Ik vind het heel leuk om nu te weten hoe het haken van een amigurumi in zijn werk gaat, maar vanwege de pijnlijke vingers door het strakke haken en het gepriegel om het beertje netjes in elkaar te zetten, zal ik niet zo snel aan een volgende amigurumi beginnen. Liever toch het iets grovere werk, zoals dekens, kussens, sjaals en wandkleden.


vrijdag 28 augustus 2020

Bakken met dadels

Een poosje geleden heb ik twee baksels gemaakt met dadels. Wel twee heel verschillende.

Dadel-hazelnoot-taartje
In mei maakte ik het dadel-hazelnoottaartje van Anna Yilmaz (winnares van 'Heel Holland Bakt 2018') omdat de ingrediënten in dit recept, zoals de dadels, hazelnoten, jam en kokosrasp me wel aanspraken.
Eerst heb ik het deeg gemaakt en de hazelnoten geroosterd. Het deeg moest 20 minuten in de koelkast rusten. Ondertussen kon ik met de dadels aan de slag. Ik had hier nog niet eerder mee gewerkt. Voor dit recept had ik medjouldadels nodig. Dit is een grote en heel zoete dadelsoort. Ik heb de dadels eerst ontpit en daarna met wat kokend water in de foodprocessor gepureerd. 
Van het deeg moest ik twee gelijke deegcirkels maken. De eerste cirkel legde ik in de springvorm en hierover heb ik de dadelcrème uitgesmeerd. De geroosterde hazelnoten moesten hierop verdeeld worden en een beetje in de crème gedrukt worden. Hierop kwam de tweede deegcirkel. Die heb ik bestreken met wat melk en daarna 40 minuten in de oven gebakken. Toen het taartje afgekoeld was heb ik hem bestreken met de abrikozenjam en bestrooid met de kokosrasp.

Ik was heel benieuwd hoe dit taartje zou smaken, omdat ik nog niet eerder zoiets gebakken had. Ik vond hem zeker lekker, maar wel heel machtig. Kleine puntjes snijden is dus wel een aanrader. Ook vond ik de dadellaag wat te dik en daardoor te overheersend van smaak. Maar de overburen, die ook een puntje hebben meegegeten, vonden dat juist heerlijk. De hazelnoten had ik te klein gehakt, dat was jammer want nu miste je de knapperige bite van de noten. Voor de volgende keer zijn er dus zeker wat verbeterpuntjes.
Het recept is te vinden op https://www.maxvandaag.nl/sessies/themas/eten-drinken/dadel-hazelnoottaartje/


Dadel-walnoten-koekjes
Vorige maand maakte ik de opgerolde dadel-walnoten-koekjes uit de Koekjesbijbel. Echt een héérlijk koekje en niet moeilijk om te maken. 
De dadels moesten natuurlijk eerst weer van hun pitten ontdaan worden en daarna grof gehakt. Ook de walnoten moesten gehakt worden. Terwijl het deeg een uurtje in de koelkast aan het rusten was, maakte ik de vulling door de dadels met suiker en water aan de kook te brengen en zo'n 10 minuten te laten sudderen tot een smeuïge dadelmassa. Daarna moest dit weer afkoelen tot kamertemperatuur.


Het deeg heb ik uitgerold tot een vierkante lap. Dit valt nog niet mee, want op de een of andere manier wil de deeglap altijd rond worden. Het deeg kon daarna bestreken worden met de dadelvulling en bestrooid worden met de gehakte walnoten. Daarna heb ik er voorzichtig een rol van gemaakt en die moest ook weer een poosjes in de koelkast rusten. Tenslotte heb ik de rol in plakjes gesneden en konden ze op een bakplaat de oven in. Het resultaat was echt genieten en dus zeker voor herhaling vatbaar.



vrijdag 7 augustus 2020

Heerlijke omslagdoeken

Grinda-shawl
Voordat ik begon met haken, had ik eigenlijk niks met omslagdoeken. Ik had er nog nooit eentje gekocht of gemaakt. Eenmaal in de haakwereld, kwam ik talloze patronen tegen van omslagdoeken, de één nog mooier dan de ander. Ik kreeg in de gaten dat het best fijn is om één of meerdere omslagdoeken te hebben voor de momenten dat je het even net niet warm genoeg hebt.
In het voorjaar van 2019 zag ik op internet het patroon van de Grinda-shawl, een prachtige omslagdoek van ontwerpster Tatsiana van LillaBjörn's Crochet World. Grinda is een eiland in Zweden.  De wilde natuur op dit eiland en de magische zee-vergezichten inspireerden haar tot dit ontwerp.


De omslagdoek wordt gemaakt van een Scheepjes Whirl. Dit is een bol garen met een looplengte van maar liefst 1000 meter, waardoor je voor een sjaal of omslagdoek maar één Whirl nodig hebt. Je kunt kiezen uit 39 kleuren, ieder met z'n eigen kleurverloop.
Het kleine zusje van de Whirl is de Whirlette. Dit is een bol garen met dezelfde samenstelling (60% katoen-40% acryl) als de Whirl, maar dan in een unikleur en met een looplengte van 455 meter. Er zijn 19 verschillende kleuren, zodat er altijd wel een kleur is die je kunt gebruiken als aanvulling op de Whirl. Ook het patroon van de Grinda-shawl bevat de mogelijkheid om de omslagdoek te vergroten met een Whirlette.


Ik koos voor de Whirl Blueberry Bambam en haakte met haaknaald 3,5. Een omslagdoek begint meestal in het midden van de lange zijde, het punt wat later in je nek komt te liggen. Je haakt hem in rijen en keert na elke rij je werk. Zo wordt de driehoek steeds groter. Het patroon van de Grinda-shawl bestaat uit 5 delen en elk deel is totaal anders, zoals je goed op de eerste foto kunt zien. Daardoor ben je steeds weer benieuwd hoe het volgende stuk eruit komt te zien en blijft het haaktempo er goed in. Na twee maanden was hij klaar en ik heb hem ondertussen al heel vaak om m'n schouders gehad. Hij is ook heel leuk als extra 'versiering' over een blauw of wit spijkerjasje.





Only Love
Mijn tweede omslagdoek ontstond op een andere manier. Meestal word ik eerst verliefd op een bepaald haakontwerp en kies ik daarna met welk garen ik dat ga maken. Deze keer zag ik op de handwerkbeurs KreaDoe in Utrecht een bol garen, waar ik meteen helemaal vrolijk van werd. Het was een bol van Trendy Colors van Lammy Yarns met kleurverloop. Omdat ik nog niet voor ogen had wat ik ervan wilde maken, kocht ik maar 1 bol. Dat was achteraf niet zo slim, want wat kun je nu helemaal met 1 bol. Deze had namelijk een looplengte van 360 meter en niet 1000 meter zoals de Whirl van mijn vorige omslagdoek. 

Gelukkig vond ik op de maandelijkse fabrieksverkoop van Lammy Yarns in Hilvarenbeek dezelfde bol en heb ik er eentje bij gekocht. Inmiddels had ik bedacht dat ik er een warme omslagdoek van wilde maken. Het garen is namelijk lekker dik en moest met naald 6 gehaakt worden. Op de website van Durable vond ik een leuk patroon van een omslagdoek, Only Love genaamd. Een makkelijk patroon met alleen lossen en stokjes, want de kleuren van dit garen zorgen al voor de vrolijke uitstraling. Het is een behaaglijke omslagdoek geworden die je echt wat extra warmte geeft.

      

maandag 27 juli 2020

Een bijbel vol koekjes

In april heb ik mezelf verwend met de aankoop van de Koekjesbijbel van Rutger van den Broek, winnaar van de eerste editie van 'Heel Holland Bakt'. Een heerlijk boek met meer dan 170 koekjesrecepten van bekende en minder bekende koekjes. Bovendien staan er duidelijke stap-voor-stapfoto's in van de basistechnieken en basisrecepten. Bij het doorbladeren van dit boek krijg je het gevoel dat je met deze recepten al die verschillende koekjes echt kunt bakken. Ook als beginnende bakker. Aan de slag dus!

Als eerste koos ik de hazelnootrozetten uit de categorie 'brosse koekjes'. De hazelnoten moeten eerst geroosterd worden op een bakplaat en daarna met suiker fijn gemalen in een hakmolentje, waardoor je zelfgemaakte hazelnootspijs krijgt. Wat gaat dat supersnel. Handig hoor. De spijs gaat door het deeg, die je daarna, met een spuitzak met een gekarteld spuitmondje, als rozetten op de bakplaat spuit. In het midden van elke rozet druk je een hazelnoot en dan kunnen ze de oven in. Helemaal niet moeilijk dus, maar wel een heel leuk en lekker resultaat.




Een week later, precies volgens mijn ontstane #vrijdagmiddagtraditie, koos ik voor de pindakaaskoekjes uit de categorie 'rijke koekjes'. Volgens de Koekjesbijbel zijn 'rijke koekjes' koekjes die verrijkt zijn met extra ingrediënten, die de smaak van deze koekjes naar een hoger plan tillen.
Ik ben er inmiddels wel achter dat het deeg voor de meeste soorten koekjes minimaal 1 uur in de koelkast moet rusten voor je het verder gaat verwerken. Daarom zorg ik er meestal voor dat ik 's morgens voor de lunch het deeg gemaakt heb, zodat ik niet al te lang na de lunch verder kan met het recept. Koekjes hoeven nooit echt lang in de oven, dus zodoende kunnen we bijna altijd op vrijdagmiddag van een nog niet helemaal afgekoeld koekje genieten. 
Voor pindakaaskoekjes meng je natuurlijk pindakaas door het deeg. Ik koos voor pindakaas met stukjes pinda erin voor de crunchy versie. Van het deeg vorm je bolletjes die je vervolgens met een vork in twee richtingen plat drukt, waardoor ze een leuk streeppatroon krijgen. Heerlijke koekjes, tenminste als je van pindakaas houdt.




De week erop koos ik voor een koekje uit de categorie 'gevulde koekjes'; crème doublies. Een dubbel koekje, dus voor elke crème doublie bak je 2 koekjes. Het deeg moet weer met een spuitzak (nu met een glad spuitmondje) op de bakplaat gespoten worden, met voldoende ruimte tussen de koekjes omdat ze tijdens het bakken flink uitlopen. Ondertussen heb ik de botercrème op basis van banketbakkersroom gemaakt (er staat ook nog een ander recept voor botercrème in het boek). Ik had nog niet eerder zelf botercrème gemaakt, maar het was heel leuk om te doen. De room wordt gemaakt van melk, suiker, een eidooier, maizena en een half vanillestokje. Nadat dit afgekoeld is tot kamertemperatuur gaat het bij de luchtig geklopte boter met poedersuiker en klaar is de botercrème. Op de helft van de afgekoelde koekjes spuit je de botercrème en daar druk je de andere koekjes voorzichtig op. Echt zálig zijn ze. Zelfgebakken koekjes blijven toch het allerlekkerst.



dinsdag 21 juli 2020

Mijn eerste gehaakte wandkleed

Twee jaar geleden kwam ik het patroon tegen van een ontzettend vrolijk wandkleed, genaamd 'brain-teaser-blanket'. Het is ontworpen door Jellina van jellina-creations. Op haar site staan heel veel kleurrijke patronen, waarvan een deel gratis is. Zo ook het patroon van dit wandkleed. Wat heel fijn is, is dat ze aan de hand van een aantal foto's heel duidelijk beschrijft hoe je te werk moet gaan.




Het grappige was, dat ik het kubuspatroon ineens op meerdere plaatsen tegenkwam. Zo waren we op vakantie in Valencia en daar lag in een oud klooster een stenen vloer met hetzelfde kubuspatroon. 




Prachtig vond ik het, maar ik wilde toch echt voor de kleurrijke versie gaan. Dus werd het tijd om kleuren uit te zoeken. Ik wilde 6 verschillende kubussen maken, die steeds terug zouden komen in het wandkleed. Elke kubus bestaat uit 3 ruiten in 3 opeenvolgende tinten. Ik moest dus 18 kleuren kiezen. Dit lukte in de Wolhal in Drachten waar ze een groot assortiment van Scheepjes Cotton 8 hadden. Ik legde heel veel bolletjes op de grond (een tafel was er niet) om zo tot 6 mooie combinaties van 3 kleuren te komen. Als ik geweten had dat ik daar nu een blog over zou schrijven, had ik er zeker een foto van gemaakt. Het duurde wel even voor ik mijn keus had gemaakt (mijn vader, die toevallig mee was, heeft zolang geduldig op een stoel zitten wachten), maar ik kwam uiteindelijk helemaal blij met mijn aankoop de winkel uit. 

Het patroon van de ruit zelf is supersimpel: alles gehaakt in vasten, elke toer 1 steek meerderen tot je op het breedste punt bent en daarna elke toer 1 steek minderen tot je niks meer over hebt. Elke keer als ik 3 ruitjes had gehaakt maakte ik er meteen een kubus van en hechtte ik de overbodige draden af. Zo hield ik een beetje overzicht over al die gekleurde ruitjes.




Mijn man en ik hadden van tevoren samen besloten waar in huis we het wandkleed op gingen hangen. Zo wist ik in ieder geval hoe groot hij ongeveer mocht worden. Ik heb in totaal 60 hele kubussen en 6 halve kubussen (om de zijkanten mooi recht te maken) gehaakt. Dat zijn 186 ruiten en 6 halve ruiten. De rand van het wandkleed heb ik van 3 toeren vasten gemaakt. Daarna heb ik de ophanglussen, waar de roedes doorheen moesten, aan de boven- en onderkant gehaakt. Het wandkleed is uiteindelijk 102 cm breed en 82 cm hoog geworden. Het hangt nu al 2 jaar boven de bank in onze woonkamer en ik ben er nog steeds heel blij mee.


                         



zaterdag 4 juli 2020

Fryske dúmkes en truffels

In maart zag ik een aflevering van Bak mee met MAX waarin Hans Spitsbaard, de jongste winnaar van Heel Holland Bakt, Fryske dúmkes maakte. Als 'Fries-om-útens' (een Fries die niet meer in Friesland woont) vond ik het hoog tijd deze lekkere anijskoekjes voor het eerst zelf te gaan bakken. De koekjes danken hun naam aan het feit dat ze duimgroot zijn. Je hebt ook Amelander dúmkes. Daarin worden de hazelnoten vervangen door amandelen. Ik heb de gewone Fryske dúmkes gemaakt met gehakte hazelnoten, anijs en kaneel.

                                                                         
             

Eigenlijk moet er anijspoeder én anijszaad in, maar vanwege de corona-crisis kon ik op dat moment niet aan anijszaad komen. In een gewone supermarkt is het niet verkrijgbaar. Op internet leerde ik dat je in dat geval de hoeveelheid anijspoeder kunt verdubbelen. Verder kun je een theelepel rum aan het deeg toevoegen, maar dat heb ik niet gedaan. Ik geef niks om alcohol in koekjes en in dit geval was het ook niet nodig om de rum door iets anders te vervangen.
De koekjes waren heerlijk. Inmiddels heb ik wel het anijszaad in huis, dus deze Fryske dúmkes gaan zéker in de herhaling. Het recept is te vinden via deze link op de site van MAXvandaag.



In dezelfde aflevering maakte Hans ook truffels. Van truffels dacht ik altijd dat ze heel moeilijk waren om zelf te maken, maar het filmpje overtuigde me dat het heel goed te doen was. Van warme slagroom, geraspte sinaasappelschil, pure chocolade en boter maakte ik een ganache. Ganache is een crème die gebruikt wordt voor de vulling van taarten en bonbons en ook voor de garnering van nagerechten.
De ganache moest minimaal 2 uur opstijven in de koelkast. Daarna maakte ik er bolletjes van. Dat viel niet mee, want de ganache bleef erg zacht, waardoor ik ze niet zo mooi rond kon maken. De helft van de bolletjes rolde ik door de cacao en de andere helft door de poedersuiker. Zelf vond ik die met poedersuiker het lekkerste, mijn man vond juist die met cacao lekkerder.
Ik bewaarde ze netjes in de koelkast, maar ze bleven zacht. Je moest echt voorzichtig eentje van het schaaltje pakken, anders zou je de truffel makkelijk fijn knijpen. Voor een volgende keer zal ik eens uitzoeken en uitproberen hoe i ze steviger kan maken.